Barnsteen is een fossiele hars van prehistorische naaldbomen, vaak de  Pinus succinifera. Deze hars is miljoenen jaren geleden uit de bomen gedropen en daarna versteend. Barnsteen stamt  uit het Paleozoïcum tot aan het Quartair. Barnsteen is warmgeel tot donkerrood van kleur. De mooiste barnsteen is doorzichtig. Mineralogisch gezien heeft barnsteen een amorfe structuur. Het is vrij zacht, de hardheid bedraagt 2-2,5 . Het is een van de weinige edelstenen van organische oorsprong. Andere voorbeelden zijn parels en koraal (Schuimkoraal, een passende vervanger van het in Nederland verboden Bloedkoraal.)

Barnsteen heet in veel talen waaronder het Engels "Amber" of "Ambre". In de Nederlandse taal is amber echter een product uit de potvis. Dit is een aromatisch product dat onder andere wordt verwerkt in parfums. Deze naamgeving geeft af en toe wel verwarring.

Ontstaan: Zoals ook nog bij de tegenwoordige dennen het geval is, loopt er bij kleine beschadigingen van de schors hars uit de boom. Deze hars beschermt de boom tegen insecten en schimmels. In vroegere tijden zijn door de bomen in het Oostzeegebied grote hoeveelheden hars geproduceerd. In de ijstijd werd Barnsteen uit de grond gespoeld en kwam het in zee terecht. Jongere, niet gefossiliseerde Barnsteen heet Kopal. Het voelt vettig aan. 

Vindplaatsen: Barnsteen wordt o.a. gevonden in Rusland, Polen (Oostzee), Litouwen, Letland, Sicilië, Dom.Republiek, Canada, China, Japan, Mexico (ook op het strand). In Denemarken spoelt het nog aan, maar ook op de Nederlandse waddeneilanden wordt af en toe nog Barnsteen gevonden. In het stenen tijdperk bestond Denemarken uit zee met eilandjes erin. Daarom wordt in Denemarken ook op het land Barnsteen gevonden.

Barnsteen in de geschiedenis, gebruiken en mythologie:
Uit alle perioden van de prehistorie is het gebruik van Barnsteen als kralen, hangers en knopen bekend. Ook werd Barnsteen gebruikt als betaalmiddel. De rendierjagers van de Hamburgcultuur, die omstreeks 11000 v. Chr., aan het eind van de laatste ijstijd rondtrokken, gebruikten Barnsteen. Barnsteen is in hun kampen in Nederland opgegraven bij Ureterp en Vledder. Klei en veen zijn gunstig voor de conservering van Barnsteen. In de zandgronden verweert het echter snel en neemt het een zandkleur aan. Waarschijnlijk is het daarom vrij weinig gevonden in mesolithische nederzettingen op de Nederlandse zandgronden. In een skeletgraf bij Swifterbant uit 4000 v. Chr., werd op het voorhoofd van een dode man een snoer van vijf grote Barnsteen kralen gevonden. Ook werd Barnsteen aangetroffen in enkele hunebedden.
Barnsteen wordt tegenwoordig nog hoofdzakelijk als edelsteen gebruikt. De technieken voor bewerkingen zijn vaak van oudsher overgegaan van vader op zoon. Zo worden er prachtige edelstenen voor sieraden van gemaakt, maar ook sierobjecten zoals drinkbekers, schalen en beeldjes.

De Griekse god Helios liet op een dag zijn zoon Phaeton de zonnewagen besturen. Maar Phaeton kon de paarden niet in toom houden, waardoor de zon hemel en aarde verschroeide. Zo kregen de mensen in Ethiopië hun donkere kleur. Om de aarde te redden gooide Zeus zijn bliksemschicht naar Phaeton waardoor deze dood ter aarde viel. De zusters van Phaeton, de Heliaden beweenden hem. Hun tranen druppelden neer en stolden tot Barnsteen.

Het woord Barnsteen komt van het 'laagduitse' woord bernen oftewel branden; Barnsteen is namelijk vrij makkelijk brandbaar”.  Het Griekse woord voor Barnsteen is "elektron" waarvan ons woord "elektriciteit" afkomt, omdat een stuk barnsteen dat met een dierlijke vacht wordt gewreven statisch geladen wordt.

 

 

 

 

Aanmelden voor nieuwsbrief
E-mailadres: